Door het stikstofvraagstuk is de agrarische sector en vooral de veeteelt volop in het nieuws. De werkgelegenheid in deze sector loopt al jaren langzaam terug. Hoe ziet de situatie er op dit moment uit? En hoe is de werkgelegenheid verdeeld over Nederland?

Veeteelt in beeld

Door het stikstofvraagstuk is de agrarische sector volop in het nieuws. Deze sector kan simpelweg in tweeën worden opgedeeld: veeteelt en overige landbouw. Figuur 1 geeft inzicht in de omvang van veeteelt in Nederland, op basis van gegevens uit het landelijk werkgelegenheidsregister LISA. De spreiding komt later in dit bericht aan bod.

Daling veeteelt neemt af

Per 1 april 2021 bedraagt de werkgelegenheid in de Nederlandse veeteelt bijna 76 duizend banen. Dit is een daling van 1,1 procent ten opzichte van 2016. Deze afname is minder groot dan in de periode 2011-2016 toen de krimp 10,7 procent bedroeg (figuur 2).

Het aantal vestigingen nam tussen 2016 en 2021 af met ruim 1.900, een krimp van 5,5 procent. De verhouding tussen het aantal banen en het aantal vestigingen bleef de afgelopen tien jaar ongeveer gelijk.

Grootste aandeel werkgelegenheid veeteelt in Friesland

Landelijk gezien neemt de werkgelegenheid in de veeteelt dus af. Toch laten enkele provincies een stijging zien. Zo is sinds 2016 de werkgelegenheid in de provincies Drenthe, Flevoland, Utrecht en Overijssel toegenomen. De grootste stijging zien we in de twee laatst genoemde provincies. Afgezet tegen de totale werkgelegenheid is het aandeel van de veeteelt in de provincie Friesland het grootst. In Noord-Holland is dit aandeel het laagst.

Melkvee zorgt landelijk voor meeste werkgelegenheid

De veeteelt is onder te verdelen in zeven subsectoren: (1) melkvee, (2) paarden & ezels, (3) pluimvee, (4) runderen (geen melkvee), (5) schapen & geiten, (6) varkens en (7) overige dieren. Het houden van melkvee zorgt voor veruit de meeste banen, met name in de provincies Overijssel, Friesland en Gelderland. Ook in de COROP-regio Zuidoost-Zuid-Holland is er een relatief groot aantal melkveehouders.
De werkgelegenheid gerelateerd aan het fokken en houden van paarden & ezels is vooral in de provincie Noord-Brabant te vinden. Dat geldt ook voor varkenshouders. Pluimveehouders zijn het sterkst vertegenwoordigd in Gelderland en het houden van runderen komt in Overijssel het meest voor. Houders van schapen en geiten zijn vrij gelijkmatig over Nederland verdeeld.

In onderstaande interactieve kaart wordt het aantal banen per type veeteelt getoond per COROP-regio (2021):

Verantwoording van het onderzoek

De vestigingsregisters van het Landelijke Informatie Systeem Arbeidsplaatsen (LISA) vormen de bron van deze analyse. Dit register bevat de werkgelegenheid van bedrijven die actief zijn geweest in Nederland vanaf 1996. Binnen deze analyse staan vestigingen binnen de SBI-categorie ‘014 – Fokken en houden van dieren’ centraal. Binnen LISA worden bij de registratie van werkzame personen geen stagiairs en vrijwilligers meegerekend. In de figuur zijn de aantallen banen afgerond op tientallen.

I&O Research is intensief betrokken bij de totstandkoming van LISA-materiaal. In de eerste plaats ondersteunen wij de Stichting LISA bij het ontsluiten van gegevens en adviseren wij afnemers over het gebruik van de data. Daarnaast maakt I&O Research gebruik van LISA-data voor analyses naar arbeidsmarkt, bedrijvendynamiek en omzetcijfers. Hiermee helpen wij diverse gemeentes en provincies met het opstellen van gedegen economisch beleid.

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

afbeelding

Coen Schuring

Onderzoeker

afbeelding

Robert Nordeman

Onderzoeker

Actueel

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.