Overijsselse dak- en thuislozenmonitor

I&O Research en Intraval hebben gezamenlijk de Overijsselse dak- en thuislozenmonitor samengesteld. Dit instrument biedt inzicht in de ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van deze doelgroepen, zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau. Hiermee kunnen gemeenten, provincies en corporaties de effecten van hun inspanningen meten.
26 januari 2012

Intro

I&O Research en Intraval hebben gezamenlijk de Overijsselse dak- en thuislozenmonitor samengesteld. Dit instrument biedt inzicht in de ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van deze doelgroepen, zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau. Hiermee kunnen gemeenten, provincies en corporaties de effecten van hun inspanningen meten.

Aanleiding

De aanleiding voor de eerste meting van het aantal dak- en thuislozen in Overijssel voert terug naar de conferentie ‘Niemand hoeft op straat te slapen’ in oktober 2007. De aanwezige deelnemers van zorgpartijen, overheden en woningcorporaties constateerden dat een provinciaal overzicht van de aantallen (dreigend) daklozen, thuislozen en zwerfjongeren ontbrak. Ook was er beperkt inzicht in de behoefte aan beschermende woonvormen op provinciaal niveau. Het kennisniveau van de betrokken partijen liep hierdoor uiteen. Om deze redenen besloot Vereniging WOON in samenwerking met de Provincie Overijssel en de centrumgemeenten om de gewenste beleidsinformatie periodiek en zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau te verzamelen en te bundelen in de vorm van een monitor. Inmiddels zijn er meerdere edities van de Overijsselse dak- en thuislozenmonitor verschenen.

Aanpak

Om een betrouwbare schatting van het aantal (dreigend) dak- en thuislozen te maken, is per doelgroep afgesproken welke definitie gehanteerd is. Vervolgens zijn geanonimiseerde registratiegegevens opgevraagd bij betrokken opvang- en hulpverleningsinstellingen, overheden en woningcorporaties. Bij de verwerking is rekening gehouden met de overlap tussen de verschillende instellingen. Om zicht te krijgen op de omvang van de dreigende dakloosheid is het aantal uitgezette huurders bij woningcorporaties als indicator gebruikt. Door gegevens over meerdere jaren te verzamelen kan ook de doorstroom op de Woonladder inzichtelijk worden gemaakt.

Resultaten

De monitor laat ondermeer zien dat het aantal feitelijke daklozen is afgenomen in de onderzoeksperiode, terwijl het aantal dreigende daklozen en zwerfjongeren gelijk is gebleven. Ook is gebleken dat er sprake is van enige doorstroom op de Woonladder (het opschuiven van opvang naar wonen). Verder blijkt uit de monitor dat het gebruik van opvangvoorzieningen is afgenomen, terwijl het gebruik van woonvoorzieningen is toegenomen. Een andere belangrijke uitkomst van de monitor is dat woningcorporaties in toenemende mate (mee)werken aan het voorkomen van huisuitzettingen (preventie) en zich inzetten voor huisvesting van daklozen in zelfstandige woningen.

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.