Nederlandse kiezers maken zich in meerderheid zorgen over klimaatverandering en menen dat het ernstige gevolgen kan hebben voor volgende generaties. Tegelijkertijd overschatten Nederlanders hoe goed ons land het doet in vergelijking met andere landen. Dat blijkt uit onderzoek van I&O Research in opdracht van Milieudefensie.

Nederlandse bestrijding van klimaatverandering door kiezers overschat

Hoe goed doet Nederland het in vergelijking met andere landen?

De Amerikaanse Yale University heeft becijferd hoe goed landen scoren op de ontwikkeling met betrekking tot leefomgeving, klimaat en milieu[1]: de zogeheten Environmental Performance Index. Deze index geeft een cijfer op basis van de scores op verschillende beleidsterreinen. Eén van die beleidsterreinen is die van de ontwikkeling om wereldwijde klimaatverandering te bestrijden[2]. Hieruit volgt dat Nederland van alle landen op plaats 36 komt. Van de 22 Westerse landen die Yale heeft gecategoriseerd staat Nederland nu op plek 17 en wat betreft de ontwikkeling van de laatste 10 jaar op plek 19.
Om te achterhalen hoe Nederlandse kiezers de positie van Nederland in internationaal perspectief plaatst, hebben we hen gevraagd op welke plaats zij Nederland zouden positioneren (plek 1 t/m 22). Ze konden hierbij ook aangeven dit niet te weten.

We legden de volgende informatie en vraag voor aan de deelnemers:

De Amerikaanse topuniversiteit Yale University heeft landen beoordeeld op leefomgeving, klimaat en milieu (Environmental Performance Index). Een onderdeel van deze index is een score voor klimaatverandering.
Deze score geeft de vooruitgang aan die een land boekt om wereldwijde klimaatverandering te bestrijden. De score is samengesteld uit acht onderdelen, waaronder de toename van vier broeikasgassen (CO2, methaan, stikstof en gassen die de ozonlaag aantasten) en één type koolstof.

Op welke plaats denkt u dat Nederland staat van de 22 Westerse landen? [3]
Het gaat er hier om wat u denkt, zoekt u deze vraag alstublieft niet op.
Hoe hoger een land staat des te beter dat land klimaatverandering aanpakt. Het land met de beste ontwikkeling staat dus bovenaan en die met de slechtste ontwikkeling onderaan.


[1] Zie: https://epi.yale.edu/epi-results/2020/country/nld
[2] Zie: https://epi.yale.edu/epi-results/2020/component/cch
[3] Respondenten konden inzien welke landen werden bedoeld. Namelijk: Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, Zweden en Zwitserland.


Ruim de helft van de Nederlanders heeft een te rooskleurig beeld van Nederlandse positie

Nederland staat in de ranglijst van Yale op de 17e plek voor wat betreft de huidige score – en op de 19e plek voor wat betreft de ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar.
In totaal denkt 59 procent dat Nederland beter scoort dan dat: 7 procent denkt dat Nederland bij de beste vijf landen hoort, 23 procent zet Nederland tussen plek 6 en 10 en nog eens 29 procent op plek 11-16. Ruim een op de zes (14%) Nederlanders plaatst Nederland in de onderste groep.
Een kwart kon het niet inschatten en zei het niet weten (27%).

Twee derde van de Nederlanders maakt zich zorgen om klimaatverandering

Nederlanders blijven zich zorgen maken over klimaatverandering: 68 procent maakt zich nu veel (26%) of enige zorgen (42%), dat is even veel als in januari 2021.
Deze zorgen worden gedeeld door vrijwel alle kiezersgroepen: voor kiezers van GL, PvdD en D66 geldt dit voor meer dan 90 procent. Ook kiezers van PvdA, CU, SP, CDA en VVD maken zich in ruime meerderheid zorgen over de uitstoot en de effecten daarvan voor het milieu. Van de PVV-kiezers zeggen drie van de tien (31%) zich zorgen te maken. FvD-kiezers maken zich het minst vaak zorgen (19%) en maken zich het vaakst ‘helemaal geen zorgen’.

Draagvlak voor een grotere inspanning om uitstoot van broeikasgassen te verminderen

De helft van Nederlanders vindt dat het volgende kabinet (veel) meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Onder kiezers van PVV, SGP en FvD vinden we per saldo dat een volgend kabinet minder moet gaan doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Onder de achterban van VVD en CDA vindt de helft dat er ongeveer even veel inspanning geleverd moet worden, maar een substantieel deel van de achterban (VVD, 39%; CDA, 35%) vindt dat er meer moet gaan gebeuren.
Een kleine minderheid vindt dat er minder gedaan moet worden door het volgende kabinet.

Bij wie is vermindering van de uitstoot in beste handen?

We vroegen deelnemers die vonden dat het volgend kabinet ongeveer even veel of meer moet doen aan de uitstoot van broeikasgassen bij welke partijleider dat in beste handen is. Jesse Klaver wordt door drie op de tien van hen (31%) gekozen als degene bij wie dit in beste handen is.
Ouwehand, Kaag en Rutte volgen op enige afstand (10-8%). Een op de vijf van deze kiezers kon niemand aanwijzen van de huidige partijleiders.

Zeven op tien kiezers: nu maatregelen nemen

Een meerderheid van de Nederlanders (71%) meent dat als we nu geen maatregelen nemen tegen klimaatverandering, dat ernstige gevolgen heeft voor volgende generaties. Alleen bij kiezers van FvD lijkt er weinig urgentie te zijn voor klimaatmaatregelen: 19 procent van hen is het eens met de stelling. Dit geldt voor een derde van de kiezers van PVV en JA21. De overige kiezersgroepen zijn het in (grote) meerderheid eens met deze stelling.
Er is daarnaast brede steun voor drie mogelijke klimaatmaatregelen: twee derde vindt dat er een progressieve heffing moet komen op vliegtickets en 64 procent is het eens met de stelling “om de industrie te verduurzamen, moeten we de uitstoot van CO2 zwaarder belasten”.
Een even zo groot deel heeft er geen moeite mee als de vleesprijs iets omhoog gaat om veehouders uit te kopen of te helpen verduurzamen (63%).
Onder kiezers van JA21, PVV, FvD en DENK* zien we dat een minderheid zich kan vinden in deze stellingen. Al is bijna de helft van de PVV-kiezers en 40 procent van de FvD-kiezers het eens met een oplopende ‘tickettaks’.

Belangrijkste onderwerpen volgens kiezers: duurzaamheid en gezondheidszorg

Een kwart van de kiezers noemt duurzaamheid en klimaat of gezondheidszorg als een onderwerp dat een belangrijke rol speelt bij hun keuze voor hun voorkeurspartij. De onderwerpen normen en waarden, economie, woningmarkt of de aanpak van de coronacrisis worden door ongeveer een vijfde genoemd.
Voor 17 procent is duurzaamheid hét belangrijkste onderwerp, het vaakst van alle onderwerpen. De gezondheidszorg wordt door 14 procent als allerbelangrijkste onderwerp genoemd en normen en waarden en economie zijn voor 12 procent de nummer één.

Klimaatakkoord van Parijs: het is belangrijk dat we ons aan de afspraken houden

We legden deelnemers de volgende tekst voor:

Onder de opwarming van de aarde wordt de stijging van de wereldtemperatuur verstaan. Daardoor verandert het klimaat. Eind 2015 sloten alle landen van de Verenigde Naties daarom het Klimaatakkoord van Parijs om klimaatverandering tegen te gaan. De landen hebben toegezegd om hieraan te werken. Ook Nederland.
We vroegen vervolgens hoe belangrijk ze het vinden dat de volgende Nederlandse regering zich houdt aan de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs en of andere zaken daarvoor moeten wijken. Een ruime meerderheid van de Nederlanders (59%) vindt het houden aan deze afspraken dermate belangrijk dat er zaken voor moeten wijken: 16 procent vindt dat alle andere zaken daarvoor moeten wijken en 43 procent vindt dat sommige zaken daarvoor moeten wijken.
Kiezers van GroenLinks en Partij voor de Dieren vinden dit het vaakst essentieel. Alleen onder kiezers van FvD vindt een meerderheid dit niet belangrijk.

Klimaatakkoord van Parijs: deze afspraken gaan we waarschijnlijk niet halen

Een meerderheid van de Nederlanders denkt niet dat we met het huidige beleid aan het Klimaatakkoord zullen voldoen: 47 procent denkt dat we ‘waarschijnlijk niet’ op koers liggen en 11 procent weet zeker van niet. Eén op de vijf denkt dat we met het huidige beleid wel degelijk op koers liggen om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Nog eens een vijfde zegt dat niet te kunnen inschatten.
Kiezers van VVD en CDA zijn het meest optimistisch over het voldoen aan het Parijse Klimaatakkoord met het huidige beleid: grofweg een derde van de CDA- en VVD-kiezers denkt dat gaat lukken. Desondanks denkt de helft van de CDA- en VVD-kiezers dat het met het huidige beleid niet gaat lukken (VVD: 47%, CDA: 54%).

Kiezers zijn op hoofdlijnen op de hoogte van klimaatbeleid

De helft van de kiezers zegt ‘op hoofdlijnen te weten’ (46%) of zelfs ‘goed op de hoogte te zijn van’ (5%) wat het demissionaire kabinet Rutte-III heeft gedaan om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek vond plaats van maandagochtend 1 maart tot dinsdagmiddag 2 maart 2021. In totaal werkten 2.685 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. Het grootste deel hiervan is afkomstig uit het I&O Research Panel en 192 respondenten vulden de vragenlijst in via het panel van PanelClix. Sommige vragen hebben een afwijkende steekproefbasis en zijn niet aan alle deelnemers gesteld. Indien dit het geval is, wordt dit bij de figuur vermeld.
De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken.

U kunt het volledige rapport hier downloaden (pdf).

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

afbeelding

Milan Driessen

Onderzoeker

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.