Op de vraag in welke mate het kabinet-Rutte, het bedrijfsleven en ‘u zelf’ meer of minder moeten doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, blijkt dat Nederlanders vooral veel verwachten van het bedrijfsleven.

Nederlanders: vooral bedrijven meer doen tegen klimaatverandering

Op de vraag in welke mate het kabinet-Rutte, het bedrijfsleven en ‘u zelf’ meer of minder moeten doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, blijkt dat Nederlanders vooral veel verwachten van het bedrijfsleven. Ook het kabinet moet per saldo meer doen. Van zichzelf vindt het grootste deel dat wat ze nu al doen voor het klimaat voldoende is. Dat blijkt uit onderzoek van I&O Research in opdracht van Milieudefensie en de Humanistische Omroep. De resultaten uit het onderzoek worden donderdagavond 24 oktober gepresenteerd in het Human-programma ‘De staat van het klimaat’ op NPO1.

Maar liefst driekwart (75%) van de Nederlanders vindt dat het bedrijfsleven meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Bijna de helft van de Nederlanders (47%) vindt dat het kabinet-Rutte meer zou moeten doen. Begin dit jaar zagen we het aandeel dat vindt dat het kabinet juist minder zou moeten doen toenemen (nadat de klimaatplannen concreter begonnen te worden; van 6% eind 2016 naar 13% in januari en 19% in februari), maar dit aandeel lijkt zich nu te stabiliseren (17%). De polarisatie die we in de eerste helft van dit jaar zagen, neemt dus vooralsnog niet verder toe. Van zichzelf vindt het grootste deel van de Nederlanders (54%) dat ze genoeg doen. Ruim een derde (37%) vindt dat ze meer moet doen.

Figuur 1
Vindt u dat het kabinet-Rutte / het bedrijfsleven / u zelf meer, minder of ongeveer evenveel moet doen om de uitstoot van broeikasgassen (onder andere CO2) te verminderen?

Zeven op tien Nederlanders maken zich zorgen over klimaatverandering
In de periode september 2015 tot eind 2017 namen de zorgen over de uitstoot van broeikasgassen toe. Eind 2015 maakte 70 procent zich zorgen, eind 2017 was dat opgelopen naar 80 procent. Begin dit jaar lag dat aandeel nog dicht bij de 80 procent (78%), maar in de maanden daarna – waarin de discussie over het klimaat en het klimaatakkoord losbarstte – zien we het aandeel dat zich zorgen maakt dalen (naar 65% in februari), waarna het stabiliseert op iets minder dan 70 procent (nu: 69%).     

Figuur 2
In hoeverre maakt u zich zorgen over de uitstoot van broeikasgassen (CO2), de klimaatverandering en de effecten daarvan voor het milieu?

Met name jongeren pessimistisch over toekomst
Op de vraag hoe men kijkt naar de toekomst, denkend aan klimaat en opwarming van de aarde, blijkt dat veel Nederlanders zich weliswaar zorgen maken over de vraag of het allemaal wel goed komt, maar toch denkt 43 procent dat dat nog wel kan. Een kwart (24%) ziet het somber in en 7 procent verwacht onherroepelijk een klimaatramp. In totaal ziet dus 31 procent het somber in of verwacht zelfs een klimaatramp. Met name jongeren (18-24 jaar) somber zijn: 39 procent ziet het somber in of verwacht een klimaatramp.  

Draagvlak voor verlagen maximumsnelheid toegenomen
Ruim zes op de tien Nederlanders vinden dat de maximumsnelheid op snelwegen best naar 120 kilometer per uur kan. Begin dit jaar was dat nog iets minder dan de helft. Voor een verlaging van de maximumsnelheid naar 100 kilometer per uur is nog net geen meerderheid, maar ook hier is sprake van een forse toename: 46 procent vindt nu dat dit mag (of moet), waar dat in januari nog 31 procent was. Het verlagen van de maximumsnelheid was een van de adviezen van de commissie-Remkes om op korte termijn om te gaan met de stikstofproblematiek. In januari vond bijna de helft van de Nederlanders (48%) het acceptabel als die maximumsnelheid teruggaat naar 120 kilometer, een derde was daar tegen. Inmiddels is bijna twee derde van de Nederlanders (63%) voor het verlagen van de maximumsnelheid naar 120 kilometer per uur en is minder dan een kwart (23%) daar tegen. Dit zijn significante verschillen. Bijna de helft van de Nederlanders is voor het terugbrengen van de maximumsnelheid naar 100 kilometer: 46 procent is voor en 38 procent is daar tegen. Ook hier dus een forse (en significante) toename.  

Figuur 3
Kunt u aangeven in welke mate u het eens of oneens bent met de volgende stellingen?

‘Vliegwroeging’ iets toegenomen
De helft van de Nederlanders vloog de afgelopen twee jaar minimaal één keer. Gemiddeld vliegt men 0,7 keer per jaar (inclusief degenen die niet vliegen). Degenen die vliegen, vliegen gemiddeld 1,4 keer per jaar. Het aandeel dat zich schuldig voelt als ze vliegen (‘vliegwroeging’) steeg van 13 procent in januari naar 18 procent in oktober. Toch voelen nog steeds de meeste mensen zich niet schuldig wanneer zij vliegen.

Meer mensen voor duurdere vliegtickets
Bijna vier op de tien Nederlanders (38%) vinden dat de prijs voor Europese vluchten verdubbeld moet worden. Ook dit is een significante toename ten opzichte van januari, toen 33 procent van de Nederlanders het eens was met de stelling.

Helft Nederlanders zou voor trein kiezen als prijzen gelijk zijn
Het merendeel van de Nederlanders (54%) zegt dat zij zeker met de trein zouden gaan als de prijzen voor trein- en vliegtickets gelijk zouden zijn.

Overheid moet vooral investeren in openbaar vervoer
Om de mobiliteit te verbeteren kan de overheid in een aantal dingen investeren. Om te bepalen waar Nederlanders prioriteit aan geven hebben we hen gevraagd 100 punten te verdelen over drie zaken waar de overheid in kan investeren: de auto (wegennet, verkeerslichten), het openbaar vervoer (trein, tram, metro, bus) en de fiets (fietspaden, elektrische fiets). Gemiddeld zeggen Nederlanders dat de overheid vooral in het openbaar vervoer moet investeren: 43 punten van de 100 zouden hieraan besteed moeten worden. Investeringen in de auto (30 punten) en fiets (27 punten) volgen op afstand. Het openbaar vervoer krijgt van bijna alle kiezersgroepen (met uitzondering van PVV- en FvD-kiezers) de meeste punten. Maar het meest van kiezers van GroenLinks, D66 en Partij voor de Dieren. Opvallend is dat ook VVD-kiezers het openbaar vervoer meer punten geven dan de auto.

Onderzoeksverantwoording
I&O Research voerde dit een landelijk representatieve onderzoek uit in opdracht van HUMAN, in samenwerking met Milieudefensie, in het kader van “De week van het klimaat”.  De tekst van de uitnodigingsmail was: “In deze enquête hebben we vragen over klimaatverandering, verduurzaming, landbouw en de landelijke politiek.” De opdrachtgevers (HUMAN en Milieudefensie) zijn daarbij niet genoemd. In dit onderzoek achterhalen we hoe Nederlanders denken over het klimaat, welk gedrag ze vertonen en hoe zich dit de afgelopen tien maanden ontwikkeld heeft. HUMAN besteedt aandacht aan het volledige onderzoek op donderdag 24 oktober, 20.30 uur op Nederland 2. Op deze website zullen we op dat moment alle uitkomsten van het onderzoek publiceren.

We voerden het onderzoek uit onder 1.756 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Het onderzoek liep van donderdag 10 tot en met dinsdagochtend 15 oktober 2019. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, opleiding, regio en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Het grootste deel van de deelnemers is afkomstig uit het I&O Research Panel (n=1.599). Daarnaast zijn 157 deelnemers via PanelClix benaderd om deel te nemen aan dit onderzoek.

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.