De I&O-zetelpeiling van 15 maart lijkt sterk op de huidige verdeling in de Tweede Kamer. Verder zien we dezelfde trend als in de afgelopen weken: de VVD is verder gedaald, D66 verder gestegen en meerdere nieuwe partijen dingen mee om een plekje.

I&O-zetelpeiling 15 maart: VVD levert in, D66 stijgt door en nieuwe partijen maken kans

VVD levert verder in; D66 stijgt door; Volt en JA21 maken goede kans

In de meest recente I&O-zetelpeiling – die liep van vrijdag 12 tot maandagochtend 15 maart – zien we de VVD verder inleveren (van 36 naar 33 zetels) en D66 verder stijgen (van 16 naar 19 zetels).
Bij peilingen (steekproefonderzoek) moet rekening gehouden worden met onnauwkeurigheids-marges. Voor VVD (21,0%, marge 1,6%) en D66 (11,8%, marge 1,3%) zijn dat (ruim) 2 zetels.
De verschuiving voor D66 is statistisch significant, die voor VVD en PvdA zijn dat nipt.

Als we naar deze zetelpeiling kijken – 2 dagen voor de verkiezingen – valt op hoezeer hij lijkt op de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Van de winst die de VVD boekte in de coronacrisis is niets over: nu 33 zetels, vier jaar geleden ook 33 zetels. Ook de andere coalitiepartijen (CDA, D66 en ChristenUnie) hebben nu in de I&O-peiling ongeveer evenveel (virtuele) zetels als ze bij de verkiezingen van 2017 behaalden.
Voor de linkse partijen geldt dit niet: GroenLinks (van 14 naar 11) en SP (van 14 naar 10) staan op verlies, de PvdA op een klein plusje (van 9 naar 11 zetels). 

Switchers: Kaag overtuigt, o.a. met klimaat 

De VVD levert dus drie zetels in, deze gaan vooral naar D66 en daarna naar CDA en PVV.
D66 wint er drie, deze komen van PvdA, GroenLinks, VVD en CDA[1].
Waarom laten sommige kiezers de VVD in de steek? En waarom stappen kiezers over naar D66?
Vorige week constateerden we al dat de kiezers (iets) inhoudelijker gaan stemmen, dat wordt vandaag bevestigd. We zien de volgende patronen:

  • Voor mensen die overstappen naar D66 is het klimaat belangrijk en dat vinden ze onvoldoende terug bij de VVD
  • Sigrid Kaag overtuigt als lijsttrekker, andere lijsttrekkers (Hoekstra, Klaver, Ploumen vallen tegen of overtuigen onvoldoende) 
  • Mensen hebben stemhulpen ingevuld (D66, CDA)
  • Kiezers gaan strategisch denken (de VVD wordt toch wel de grootste, dan kan ik met een stem op een andere partij wat meer de richting aangeven) 
  • Andere inhoudelijke argumenten: zorg, toeslagenaffaire 

[1]Van de kiezers die vorige week aan de peiling deelnamen (n = 1.820) is 10 procent van mening veranderd. VVD daalt in percentages van 22,7 naar 21,0 procent, een verschil van 1,7 procentpunt. D66 stijgt in percentages van 10,1 naar 11,8 procent, een verschil van 1,7 procentpunt.

Twee derde kiezers ‘zweeft’ nog

Op dit moment zegt 35 procent van alle kiezers die gaan stemmen zeker te weten op welke partij ze gaan stemmen. Twee derde is dus nog ‘zwevend’ (66%[1]). Dit lijkt sterk op de situatie in 2017, toen enkele dagen voor de verkiezingen 66 procent het nog niet (zeker) wist.
Zweven betekent overigens niet dat men helemaal niet weet wat te gaan stemmen: 58 procent heeft wel een eerste voorkeur maar overweegt ook nog andere partijen, 8 procent weet het helemaal nog niet. 

Voor VVD-kiezers komen ook CDA (15%) en D66 (14%) nog in aanmerking. Omgekeerd kijken CDA-kiezers nog naar VVD (27%) en D66 (17%).
D66-kiezers overwegen ook nog GroenLinks (24%), PvdA (20%), VVD (17%) en Volt (13%).

[1]57,8% + 7,5% = 66,3%

Kansen voor nieuwe partijen

Het verlies aan zetels van de linkse partijen, CDA en 50Plus komt vooral ten goede aan (relatief) nieuwe partijen: FvD had in 2017 2 zetels en zou er nu 5 krijgen. Verder maken maar liefst vier nieuwe partijen kans op zetels: Volt staat nu virtueel op 4 zetels, JA21 op 2 en BIJ1 handhaaft zich nipt met 1 zetel.
De BoerBurgerBeweging komt voor het eerst op 1 zetel. Rekening houdend met marges zouden dat er voor BIJ1 en BBB ook nog 0 kunnen worden, de kans dat JA21 en Volt daadwerkelijk in de Kamer komen is wel groot.  

Echter: de mate waarin kiezers van deze nieuwe partijen zeker weten dat ze op deze partijen gaan stemmen, houdt niet over. Slechts een op vijf kiezers van Volt en JA21 weet zeker dat ze op deze partijen gaan stemmen. Ook bij de DENK-, GroenLinks-, PvdD- en 50Plus-kiezers ligt dit percentage relatief laag.
Van de huidige VVD-kiezers daarentegen zegt 55 procent dat de keuze al vast staat, voor SGP-kiezers is dat maar liefst 63 procent.

Verantwoording

Dit onderzoek vond plaats van vrijdagochtend 12 tot maandagmorgen 15 maart 2021. Er werkten in totaal 2.812 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. Het grootste deel hiervan is afkomstig uit het I&O Research Panel, een beperkt aantal respondenten vulde de vragenlijst in via het panel van PanelClix.

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.812 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 1,8 procent.

Download hier het gehele rapport (pdf).

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

afbeelding

Milan Driessen

Onderzoeker

Actueel

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.