Op 16 februari zijn de belangrijkste cijfers over de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam gepresenteerd tijdens het symposium Economische Verkenning Metropoolregio Amsterdam 2011.

De vitaliteit van de arbeidsmarkt van de Metropoolregio Amsterdam

Op 16 februari zijn de belangrijkste cijfers over de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam gepresenteerd tijdens het symposium Economische Verkenning Metropoolregio Amsterdam 2011. Deze verkenning dient als kompas voor bestuurders, ondernemers en beleidsmakers bij strategische economische beslissingen.

I&O Research heeft voor deze verkenning, in samenwerking met Bureau Blaauwberg, een thema-artikel geschreven dat nader ingaat op de vitaliteit van de arbeidsmarkt van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Daarbij hebben we vitaliteit gedefinieerd aan de hand van een viertal criteria:

  1. In een vitale arbeidsmarkt moeten banen en mensen (vraag en aanbod) enigszins bij elkaar passen, zowel kwantitatief (de juiste aantallen) als kwalitatief (de juiste opleiding(-sniveaus).
  2. Een vitale arbeidsmarkt maakt sociale stijging (arbeidsparticipatie en inkomensontwikkeling van niet- westerse allochtonen) mogelijk, zodat talent zich kan ontwikkelen en wordt beloond.
  3. Een vitale arbeidsmarkt is door individueel ondernemerschap (o.a. zzp) flexibel en dynamisch genoeg om economische verandering (verschuiving naar een kenniseconomie) op te vangen en concurrerend te blijven.
  4. Een vitale arbeidsmarkt moet beschikken over een (steeds) hoger opgeleide beroepsbevolking met ook goede doorstroming in het onderwijs.

Met behulp van data van het CBS, LISA en de Atlas voor Gemeenten hebben we voor elk van deze vitaliteitscriteria de stand van zaken op een rij gezet. Onze belangrijkste conclusies:

  • Noord-Zuid pendel (kwantitatief en kwalitatief) is knelpunt binnen MRA
    De grootste pendelproblemen binnen de MRA bevinden zich op de verbinding tussen Noord en Zuid. Verdere (bevolkings)groei van bijvoorbeeld Almere zal de onbalans versterken wanneer de banengroei vooral in Amsterdam plaatsvindt, zoals momenteel de trend is. De groei van Almere en andere steden in het noordelijk deel betekent ook dat er relatief meer hoogopgeleiden moeten worden gehuisvest, aangezien de hoofdstedelijke arbeidsmarkt steeds meer banen voor hoogopgeleiden oplevert. Zonder gewijzigd beleid zullen die door werknemers van buiten de MRA worden ingevuld.
  • Sociale stijging van migranten op de arbeidsmarkt verschuift ruimtelijk
    Hoewel er nog steeds sprake is van achterstand, is het duidelijk dat grote groepen niet-westerse allochtonen in de MRA de sociale ladder bestijgen. Het is interessant dat die mechanismen voor de tweede generatie anders in elkaar steken – en zich ook ruimtelijk op verschillende plaatsen afspelen – dan voor de eerste. De trend dat middenklassevorming van migranten vooral in de ringgemeenten plaatsvindt (de ‘zwarte vlucht’ zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau constateerde) zwakt bovendien af.
  • Zelfstandig ondernemerschap ongelijkmatig verdeeld over sectoren
    De dynamiek van startend ondernemerschap en zzp-ers ontwikkelt zich op een gunstige manier. Net als bij andere sociaal-economische aspecten, zijn er duidelijke verschillen binnen de MRA. Ondernemerschap in zakelijke en creatieve diensten is sterk vertegenwoordigd in het zuidelijk deel van de MRA (met Amsterdam en Hilversum als hotspots voor startend ondernemerschap), terwijl in het noordelijk deel relatief veel zzp-ers zijn te vinden in relatief kwetsbaarder sectoren als de bouw, de kleinschalige dienstverlening en de zorg.
  • Opleidingsniveau ligt gemiddeld op koers
    De MRA als geheel ligt redelijk op koers wat betreft het verhogen van het opleidingsniveau, zoals de Lissabon Agenda voorschrijft. De verschillende snelheden van de steden (en vooral de onderliggende oorzaken) baren wel zorgen. Het gat tussen de koplopers (Amsterdam, Amstelveen, Haarlem en Hilversum) en de andere Metropoolgemeenten lijkt eerder groter dan kleiner te worden.

De duidelijke verschillen tussen het noordelijk en zuidelijk deel van de MRA zorgen ervoor dat er geen eenduidig antwoord mogelijk is op de vraag hoe vitaal de arbeidsmarkt van de hele MRA is. De arbeidsmarkt en economie van de regio hebben een krachtige basis, die zich concentreert in het zuidelijk deel van de MRA. In Amsterdam, Amstelveen, Haarlem, Hilversum en in mindere mate Haarlemmermeer (Schiphol) woont en werkt een hoogopgeleide bevolking, zijn veel banen te vinden, heerst weinig werkloosheid en bevinden zich veel startende ondernemers. Het noordelijk deel staat er qua vitaliteit minder goed voor: er zijn minder banen en minder starters, de beroepsbevolking is lager opgeleid en er is meer werkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid. Weliswaar is het aantal fulltime zzp-ers in het noordelijk deel hoog, maar dat manifesteert zich vooral in sectoren met een relatief laag verdienvermogen en een hoge conjuncturele kwetsbaarheid. De komende jaren is de grote opgave (de vitaliteit van) het noordelijk deel aan te laten haken bij de sociaal-economische welvaartsgroei van het zuidelijke deel.

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

afbeelding

Thijs Lenderink

Senior onderzoeksadviseur

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.