Een deel van de allochtone ouderen van de eerste generatie verkeert in een sociaal isolement en dreigt te verkommeren. Dat geldt vooral voor Turkse ouderen. Veel van hen spreken de Nederlandse taal niet of nauwelijks en zij maken bijna nooit gebruik van het gemeentelijk ondersteuningsaanbod voor ouderen, zoals hulp in de huishouding.

Allochtone ouderen: de integratie voorbij

“Het buurthuis? Is dat dan niet alleen voor witte mensen?”
“De hele week kijk ik uit naar donderdagochtend – dan kan ik weer naar de dagopvang”
 

Een deel van de allochtone ouderen van de eerste generatie verkeert in een sociaal isolement en dreigt te verkommeren. Dat geldt vooral voor Turkse ouderen. Veel van hen spreken de Nederlandse taal  niet of nauwelijks en zij maken bijna nooit gebruik van het gemeentelijk ondersteuningsaanbod voor ouderen, zoals hulp in de huishouding. Ze vinden doorgaans geen aansluiting bij het recreatief, sociaal en educatief aanbod van reguliere wijk- en buurtcentra. Vooral als ze geheugenproblemen krijgen of kampen met psychische klachten, is opvang in vertrouwde kring voor deze ouderen van belang. Zij zijn de integratie voorbij. Velen hebben angstklachten en vooral de weduwevrouwen gaan vaak gebukt onder psychische problemen. Velen verlangen naar een vorm van groepswonen, waar zij met gelijkgestemden zijn, samen kunnen eten, zich veilig voelen en er tijd is voor elkaar. Er is nog weinig aanbod op dit terrein en de meeste ouderen kennen de weg niet om hiertoe zelf initiatief te nemen.

Onderzoek onder kwetsbare groepen

Dit blijkt uit onderzoek onder kwetsbare groepen allochtone ouderen in een gemeente in Noord-Holland. Voor dit (deel)project zijn gesprekken gevoerd met welzijnswerkers, ouderenadviseurs en wijkprofessionals vanuit zorg- en welzijnsinstellingen en met een aantal Turkse en Surinaamse ouderen. Een aantal ouderen ging bovendien op pad met een fototoestel om hun dagelijkse handel en wandel in beeld te brengen. Het onderzoek biedt zicht op de situatie en ondersteuningsbehoefte van allochtone ouderen in de gemeente.

Ouderdomsklachten

Vooral anderstalige allochtone weduwen van de eerste generatie vormen een risicogroep voor ernstige vereenzaming. Lokale ouderenwerkers zien met enige regelmaat oudere allochtone weduwvrouwen, die verward zijn en bijna niet meer buiten de deur komen. Zij weigeren soms alle hulp. Omdat de echtgenoot een schakelrol vervulde tussen haar en de buitenwereld, staat zij er extra alleen voor na het wegvallen van haar man. Ze weet vaak niet hoe ze financiële zaken moet regelen of zonodig ondersteuning moet aanvragen. Beginnende ouderdomsklachten zoals vergeetachtigheid werken dan extra belemmerend: de persoon wordt angstig en trekt zich terug. Dit geldt minder sterk voor de mannen uit deze generatie, die elkaar meer buiten of bij een gebedshuis ontmoeten.

Schaamte

Het aanvragen van ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp, gebeurt vaak alleen op aandringen en met hulp van een hulpverlener of arts. Bij deze ouderen speelt sterk de gedachte dat de kinderen hen wel zullen helpen. Aangezien veel vrouwen van de tweede generatie buitenshuis werken en ook het eigen gezin eisen aan hen stelt, is deze ondersteuning vaak minder frequent dan nodig en verwacht. Ook wonen de kinderen lang niet altijd meer in de buurt. Uit schaamte richting de eigen etnische gemeenschap – waarin vaak een grote onderlinge sociale controle heerst – geven veel ouderen liever niet toe dat ze hulp van buitenaf nodig hebben. 

Dagbesteding

De ouderen geven allen aan behoefte te hebben aan meer mogelijkheden voor dagbesteding. Het gaat vooral om ontspanning en ontmoeting, hoewel er ook wel behoefte aan cursussen en (voor anderstalige ouderen) taaloefening bestaat. Er bestaat ook belangstelling voor het ontmoeten van ouderen uit andere etnische groepen. De taal vormt daarbij echter een sterk belemmerende factor. Een aantal ouderen geeft aan behoefte te hebben aan conversatielessen in het Nederlands, maar dan wel met een praktische insteek, bijvoorbeeld gericht op het doen van boodschappen. Verder wenst men meer mogelijkheden voor (aangepast) bewegen: veel van deze ouderen kampen met een slechte gezondheid en overgewicht.

Het sociale aspect van de gewenste dagbesteding staat bovenaan; met elkaar praten, samen eten en herinneringen ophalen. Vooral bij ouderen met beginnende dementieklachten is herkenbaarheid van groot belang: ouderenwerkers met kennis van taal en de etnische achtergrond van deze groep, dragen bij aan het gevoel van veiligheid en daarmee aan het welzijn van deze ouderen. Er is een gebrek aan aangepaste dagbesteding voor deze doelgroep. Het aanbod dat er is, kan de vraag niet aan. De dagbesteding moet wel bereikbaar en betaalbaar zijn voor de ouderen – de mobiliteit van deze groep is gering, alsook hun financiële mogelijkheden. Door de migratie hebben zij vaak geen (aanvullend) of een onvolledig pensioen.

Complex krachtenveld

Het onderzoek toont bovendien een zorgpunt voor wat betreft jongere generaties allochtonen. Jonge(re) allochtone moeders en vrouwen zijn een kwetsbare groep, zo blijkt uit de gesprekken met professionals. Zij bevinden zich in een complex krachtenveld: vanuit het gezin wordt van haar een traditionele zorgrol verwacht – de opvoeding van de kinderen en de regie van het huishouden. Daarnaast werken veel allochtone vrouwen; de maatschappij verwacht van haar een actieve deelname aan het arbeidsproces en in de buurt. Daarbij komt de verwachting vanuit de ouders dat hun (schoon)dochter de zorgrol op zich neemt, zowel praktisch als mentaal. Een combinatie van de sterke traditionele culturele (vaak geïnternaliseerde) druk, een grote onderlinge sociale controle binnen de etnische gemeenschap en geringe financiële mogelijkheden, maakt dat deze vrouwen in toenemende mate psychische problemen ondervinden, waarvoor zij moeilijk hulp inroepen.

Dat geldt nog sterker als de (groot)ouders inwonend zijn bij hun volwassen kinderen.
Daarbij speelt dat inwonende allochtone (groot)ouders – en dan vooral de oma’s – vaak een grote rol spelen bij de dagelijkse opvoeding van de kleinkinderen. Enerzijds ontlast dit de (schoon)dochter, anderzijds kan dit extra druk op het jonge gezin leggen, waarin soms een moderner leefwijze wordt verkozen dan de grootouders graag zien. Dit kan veel spanningen opleveren. Verder speelt het feit dat veel grootouders bijna geen Nederlands spreken een belemmerende rol bij de taalopvoeding van de jongste kinderen. Ook voorlichting over bijvoorbeeld gezonde voeding en bewegen vindt moeilijk een weg naar deze generatie. Volgens een aantal sleutelinformanten kan deze situatie een remmende factor betekenen voor de integratie van zowel de tweede als de derde generatie.

Een algemeen beeld van ‘de’ situatie van allochtone ouderen is uiteraard niet te geven, omdat ‘de’ allochtone oudere niet bestaat. Vooral tussen etnische groepen onderling, met elk hun eigen cultuur en (lengte van) migratiegeschiedenis, bestaat geen eenduidig beeld in situatie en hulpvraag. Maar ook binnen de etnische kringen bestaan grote verschillen op basis van opleiding, sociaal economische achtergrond, culturele groep en individu. Het geschetste beeld gaat vooral op voor de eerste generatie anderstalige allochtone ouderen uit de lagere sociaal economische klassen.

We vertellen u graag nog veel meer over I&O Research.


Neem contact op

Blijf op de hoogte, schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.